Zeven hoofdzonden – Vraatzucht


Hij had de chips in een oogwenk op. Hij opende een pak chocolade. Hij kauwde er een derde van weg en sloot heerlijk zijn ogen. Hij voelde de aangename smaak smelten op zijn tong. Het verdween in een oogwenk uit zijn systeem. Toen hij naar meer eten wilde grijpen, merkte hij tot zijn schrik dat er niemand in het hokje zat.

Hij probeerde op te staan van zijn stoel, maar dat lukte niet. \’Shit.\’ Hij worstelde opnieuw, maar faalde. De stoel werd zijn gevangenis. Hij moet wat zijn aangekomen terwijl hij voor de tv zat en at. \’Fuck it\’, hij stopte met proberen. Vanille is goed, chocolade is goed,\’ likte hij over zijn lippen.

Obžerství

Gelukkig had de stoel wieltjes. Hij wipte langzaam met zijn voeten en liep naar de deur. Hij greep de klink vast. Hij opende de deur een beetje onhandig en stapte de gang op. Vanaf daar was het een klein stukje lopen naar de keuken. Snel kroop hij voor de vriezer. Speeksel begon zich te vermengen. Ik opende de vriezer en keek erin.” \’Laten we wat ijs nemen, chocolade en vanille …. Verdomme, het is er niet… Hij doorzocht de koelkast en kwam tot de conclusie dat er te weinig eten was.

Hij toetste het nummer van zijn moeder in op zijn mobiele telefoon, maar ze nam niet op. Wat zal ik doen? Ik zal niet verhongeren\’, dacht hij, terwijl hij aan de brandweerman dacht. Hallo, ik zit vast in een stoel. Help me alstublieft” \’Wat is uw naam?\’ Vroeg de telefoniste. \’Jan Dreš… Luchinova straat 45. Ik wil graag vijf, nee, tien liter ijs, alstublieft. En ongeveer 20 kilo kip.” \’Dat soort service bieden we niet\’ “Maar ik heb hulp nodig. Ik zit op een stoel en ik kan niet winkelen. ……”

Hij sloeg de mobiele telefoon neer. Hij smeet de mobiele telefoon op de grond. Hij zuchtte. Hij zuchtte.

Hij pakte zijn sleutels en geld en verliet de flat in zijn stoel. Hij moest de trap af omdat de lift kapot was. De lift was kapot. Hij kwam naar beneden en remde tegen de tegenoverliggende muur. Hij liep onhandig naar de voordeur en opende die.

Obézní pán, co jen jí

Langzaam draaide hij de weg op en ging recht naar beneden. De stoel ging te snel en een van de wielen viel eraf. Hij verloor zijn evenwicht, slipte en ging de andere kant op. Een woedende claxon klonk vanuit de auto. Gelukkig gebeurde er niets en de dikke man trok tevreden op voor de supermarkt onderaan de heuvel. Hij reikte in zijn karretje en stopte er met veel moeite een muntje in.

Uiteindelijk vulde hij het karretje met allerlei eten en drinken en liep meteen naar de kassa. Een lange jongen bespotte hem. Johannes hield niet van dat soort types. Hij pakte een brood en schoot hem daarmee door zijn hoofd. De vreemde jongen greep hem bij zijn hoofd, wankelde, bukte, raapte het brood van de grond en gooide het naar Jan. Jan ving het op. Jan probeerde een blik compote naar de jongen te gooien. Hij betaalde.

Met zware boodschappen dook hij langzaam maar zeker onder een grote heuvel. Hij haalde diep adem en probeerde te klimmen. Het was moeilijk. Toen hij eenmaal stilstond, rolde hij de heuvel af.

John rolde zijn stoel op zijn knieën en was een halve dag bezig om de heuvel te beklimmen. Hij bereikte de voorkant van het huis. Het enige wat overbleef was de trap. Hij probeerde de trap op te klimmen, maar de stoel en de boodschappen zaten in de weg. “Wat moet ik doen? Het volgende wat de dikke man opmerkte was een telefooncel. \’Ik hoop dat niemand het opeet. ……\’ Hij liet het eten onderaan de trap staan en verliet het huis op zijn knieën. Met zijn rug tegen de telefooncel greep hij naar de hoorn. Hij tikte het nummer van het verhuisbedrijf in het telefoonboek. \’Hallo, ik moet meteen wat meubels verhuizen. Het staat voor mijn huis. Ja, het adres is …….”

Binnen 20 minuten arriveerde het busje.”

“Hier zijn we.” De dikke man zwaaide naar de twee verhuizers. \’Neem ze mee naar boven. Het eten staat ook bij de deur. \’ De verhuizers haalden alleen hun schouders op en voldeden aan Johns verzoek.

Ze zaten Jan in een stoel voor de TV en zetten het eten op tafel. De verhuizers vertrokken.

Fatty probeerde het kanaal te veranderen, maar de batterijen in de afstandsbediening waren leeg. Hij gooide boos de afstandsbediening op de grond. Hij greep naar de afstandsbediening en viel van zijn stoel. Eerst kon hij niet geloven wat er gebeurd was. \’Ik ben vrij.\’ Hij was opgetogen en stond nauwelijks op. Hij dacht even na. Toen trok hij de stoel weg en in plaats daarvan de enorme bank. \’Ik kan hier niet vastzitten. Toen beet hij tevreden in zijn worstkegel.

.

Zeven hoofdzonden – Vraatzucht


Hij had de chips in een oogwenk op. Hij opende een pak chocolade. Hij kauwde er een derde van weg en sloot heerlijk zijn ogen. Hij voelde de aangename smaak smelten op zijn tong. Het verdween in een oogwenk uit zijn systeem. Toen hij naar meer eten wilde grijpen, merkte hij tot zijn schrik dat er niemand in het hokje zat.

Hij probeerde op te staan van zijn stoel, maar dat lukte niet. \’Shit.\’ Hij worstelde opnieuw, maar faalde. De stoel werd zijn gevangenis. Hij moet wat zijn aangekomen terwijl hij voor de tv zat en at. \’Fuck it\’, hij stopte met proberen. Vanille is goed, chocolade is goed,\’ likte hij over zijn lippen.

Obžerství

Gelukkig had de stoel wieltjes. Hij wipte langzaam met zijn voeten en liep naar de deur. Hij greep de klink vast. Hij opende de deur een beetje onhandig en stapte de gang op. Vanaf daar was het een klein stukje lopen naar de keuken. Snel kroop hij voor de vriezer. Speeksel begon zich te vermengen. Ik opende de vriezer en keek erin.” \’Laten we wat ijs nemen, chocolade en vanille …. Verdomme, het is er niet… Hij doorzocht de koelkast en kwam tot de conclusie dat er te weinig eten was.

Hij toetste het nummer van zijn moeder in op zijn mobiele telefoon, maar ze nam niet op. Wat zal ik doen? Ik zal niet verhongeren\’, dacht hij, terwijl hij aan de brandweerman dacht. Hallo, ik zit vast in een stoel. Help me alstublieft” \’Wat is uw naam?\’ Vroeg de telefoniste. \’Jan Dreš… Luchinova straat 45. Ik wil graag vijf, nee, tien liter ijs, alstublieft. En ongeveer 20 kilo kip.” \’Dat soort service bieden we niet\’ “Maar ik heb hulp nodig. Ik zit op een stoel en ik kan niet winkelen. ……”

Hij sloeg de mobiele telefoon neer. Hij smeet de mobiele telefoon op de grond. Hij zuchtte. Hij zuchtte.

Hij pakte zijn sleutels en geld en verliet de flat in zijn stoel. Hij moest de trap af omdat de lift kapot was. De lift was kapot. Hij kwam naar beneden en remde tegen de tegenoverliggende muur. Hij liep onhandig naar de voordeur en opende die.

Obézní pán, co jen jí

Langzaam draaide hij de weg op en ging recht naar beneden. De stoel ging te snel en een van de wielen viel eraf. Hij verloor zijn evenwicht, slipte en ging de andere kant op. Een woedende claxon klonk vanuit de auto. Gelukkig gebeurde er niets en de dikke man trok tevreden op voor de supermarkt onderaan de heuvel. Hij reikte in zijn karretje en stopte er met veel moeite een muntje in.

Uiteindelijk vulde hij het karretje met allerlei eten en drinken en liep meteen naar de kassa. Een lange jongen bespotte hem. Johannes hield niet van dat soort types. Hij pakte een brood en schoot hem daarmee door zijn hoofd. De vreemde jongen greep hem bij zijn hoofd, wankelde, bukte, raapte het brood van de grond en gooide het naar Jan. Jan ving het op. Jan probeerde een blik compote naar de jongen te gooien. Hij betaalde.

Met zware boodschappen dook hij langzaam maar zeker onder een grote heuvel. Hij haalde diep adem en probeerde te klimmen. Het was moeilijk. Toen hij eenmaal stilstond, rolde hij de heuvel af.

John rolde zijn stoel op zijn knieën en was een halve dag bezig om de heuvel te beklimmen. Hij bereikte de voorkant van het huis. Het enige wat overbleef was de trap. Hij probeerde de trap op te klimmen, maar de stoel en de boodschappen zaten in de weg. “Wat moet ik doen? Het volgende wat de dikke man opmerkte was een telefooncel. \’Ik hoop dat niemand het opeet. ……\’ Hij liet het eten onderaan de trap staan en verliet het huis op zijn knieën. Met zijn rug tegen de telefooncel greep hij naar de hoorn. Hij tikte het nummer van het verhuisbedrijf in het telefoonboek. \’Hallo, ik moet meteen wat meubels verhuizen. Het staat voor mijn huis. Ja, het adres is …….”

Binnen 20 minuten arriveerde het busje.”

“Hier zijn we.” De dikke man zwaaide naar de twee verhuizers. \’Neem ze mee naar boven. Het eten staat ook bij de deur. \’ De verhuizers haalden alleen hun schouders op en voldeden aan Johns verzoek.

Ze zaten Jan in een stoel voor de TV en zetten het eten op tafel. De verhuizers vertrokken.

Fatty probeerde het kanaal te veranderen, maar de batterijen in de afstandsbediening waren leeg. Hij gooide boos de afstandsbediening op de grond. Hij greep naar de afstandsbediening en viel van zijn stoel. Eerst kon hij niet geloven wat er gebeurd was. \’Ik ben vrij.\’ Hij was opgetogen en stond nauwelijks op. Hij dacht even na. Toen trok hij de stoel weg en in plaats daarvan de enorme bank. \’Ik kan hier niet vastzitten. Toen beet hij tevreden in zijn worstkegel.

.